Hoeveel u moet verwachten u betaalt voor een goede slotenmaker Waasmunster

Op onze verdere wandeling over een Antieke Langendijk vindt het oog een ledig staande brouwerij, welke weleer werd gedreven door destijds zaligen Joost Gerritsz over Ylen; een aangaande de vele, welke sedert 1600 werden verlaten of uitgebroken, waarover Bleyswijck schrijft.

Een levendige descriptie van zo’n middeleeuwse stoof op het einde aangaande een 15e eeuw mag men vinden in een roman aangaande Reade, vertaald via Aangaande der Noorda tussen de aanhef ‘De Jonkman van Gouda’.

Mr. Willem over der Verdere, ‘doctor inde medi­cinen’ volgde en had ten westen tot buurman een ‘glaesmaecker’ wiens huis ‘Inde Blauwe Ruyt’ heette. Alsnog ons kleermaker, voorts ons ‘schrienwercker’ ons slotenmaker, de weduwe over ons lijndraaier, en de Kerkstraat is ten eind.

Kuiper Jan Maertensz had met die kant over de gracht ‘Int Houten Hooft’ bestaan werkplaats. Behalve hem woonden er alsnog drie vakgenoten voor hem in de buurt, daar waar, zoowel zodra elders in de plaats, een wet of keur op een ongemak destijds ons menigvuldig burenverhoor zou hebben veroorzaakt.

In ‘de nieuwe buyert (omgeving) in t Rietveld’ was ons zekere Servaes Boesman gevestigd in ons woonhuis met ons haardstede.

Ofwel hij zijn vermogen in de Vleeshal of in een dienst aangaande Apollo en Momus bezit verworven, daar geeft het register over het haardstedengeld nauwelijks antwoord op.

uitstrekte. Dit vierde woonhuis aangaande de hoek af gerekend heette ‘Dit Trueelkgen’ en was persoonlijk­dom met ons metselaar, welke dit woonhuis ‘staende neffens ’t voorgaende’ verhuurd had met een moutmaker. Daarin was behalve drie haardsteden ook ons brandewijnketel.

Slechts twee huisjes, het één eigendom met een weduwe over Jan Heyndricxz. ‘Plochos’ (ploegos), het overige over een goudsmid, werden in die steeg opgetekend; thans vindt men er almaar één aan de zuidzijde.

opofferen met een uiterst lokaal ( kan zijn niet zo publiek!!) pseudo efficiency effect , dat een ander stadhuis zou dienen te leveren, is kortzichtig en werkt averechts naar de hele bevolking betreffende Noord Holland.

In de loop der eeuwen bestaan zij uitgestorven, verhuisd of tot een verdere nederige positie afgedaald, vervolgens welke via hun voorvaderen in een maatschappij werd ingenomen en daarmee op hun beurt de waarheid bevestigd over een spreuk het niets bestendiger is dan onbestendigheid.

Dit rad der fortuin blijft draaien door alle eeuwen heen en een beroemde spreuk met een blijspeldichter Breêroo: ‘t can verkeeren’ gaat, zo lang een aarde zichzelf wentelt, aangaande toepassing blijven.

In gelijke straat woonden tussen andere een bilder, ons tamborijn en ons hopbeschoeijer, waarvan de eerstgenoemde molenstenen scherpte, de overige, ingeval dit pas gaf, een trommel roerde en een laatste was aangewezen teneinde betreffende ons lading hop het aantal te begroten, dit beschot aan te geven, alvorens die verkocht werden.

De ‘Stadts Wage’ stond wegens ‘memorie’ genoteerd. De bovenverdieping werden bewoond via  persoon die een paar haardsteden aangaf. Deze aangifte is echter doorgehaald, waarschijnlijk omdat hij onder een vrijdom aangaande dit haardstedengeld viel.

Gering particulieren ofwel mensen, welke geen festival uitoefenden, bewoonden lees meer toen dat gedeelte over onze stad. Achtereenvolgens worden opgenoemd: een pompmaker, een ‘out-schoenmaecker’, een goudsmid ‘Inden Bibel’, ons schoenmaker, een schrijnwerker Jacob Oliviersz, die tegelijkertijd kwartiermeester aangaande het 15e kwartier was en vervolgens een lid met dit voormalige gilde betreffende Maria’s Strekking, het kan zijn ons kleer­maker.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *